Kinderverhaal: Een tobbertje

Ze liggen in het gras. Micha op z’n buik met z’n hoofd tussen zijn handen. En Jezus op zijn rug, kauwend op een grasspriet. “Mama zegt dat ik een tobbertje ben. Wat is dat: een tobbertje?,” vraagt Micha. Jezus denkt even na. Er is toch tijd genoeg. Dan zegt hij: “Een tobbertje denkt en denkt en denkt tot z’n hoofd verstopt raakt. Hij vergeet zijn gedachten te laten waaien.” “Hm,” zegt Micha. Dan is het weer een tijdje stil.

“Waar denk je nu aan?” “Wat ik later worden wil..” “En dat is..?” “Weet ik nog niet..,” zegt Micha, “Maar ik wil een groot huis met een zwembad en een sportwagen.” Jezus lacht: “Wauw!” Hij vraagt Micha van alles. Over de kleur van de auto en de plek van het huis. En of er ook een grasveld is bij het zwembad. En Micha vertelt honderduit. Hij bedenkt van alles. Ook dat denken met z’n tweetjes leuker is dan alleen.

“Waarom wil jij eigenlijk geen huis met een zwembad en een sportwagen,” vraagt Micha. “Omdat ik dan heen tijd meer heb om naar jouw dromen te luisteren. En omdat ik dan vast ga zitten tobben over een deuk in mijn auto. Of over bladeren in het zwembad. Of waarom iedereen zo naar mij kijkt.”
“Moet je die vogel zien..” Jezus wijst in de lucht. Micha draait zich op zijn rug en kijkt. “Sneller dan jouw sportwagen. En dat zonder dure benzine. Zie je zijn knalrode borst? Hij maakt zich nergens druk over. En toch is ie mooier dan mooi. En moet je die bloemen zien overal om ons heen. Ze zijn van niemand en ze zijn van iedereen. Ze bloeien gratis en voor niks. En tobben kunnen ze niet.”

Micha moet om Jezus lachen. Of is het om de vogels en de bloemen? Hij blaast de pluisjes van een paardenbloem in de richting van Jezus en hij giechelt: “Jij bent echt een beetje gek!” “Ik kan er niet mee zitten,” zegt Jezus.

Lezing: Matteüs 6: 24 – 34
In de koffer: een munt van € 2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.