Kinderverhaal: Een nieuw begin

Opa Bram kan niet meer voor zijn tuin zorgen. Al heel lang niet meer. ‘Ik weet niet hoe de tuin er bij ligt,’ had hij tegen Jezus gezegd. Mirjam, Micha en Jezus gaan er naar toe met een schop en een schoffel en een zaag. Mirjam en Micha schrikken van wat ze zien. ‘Dat is geen tuin,’ zegt Micha, ‘dat is een puinhoop!’ Het schuurtje is ingestort. De appelboom is omgewaaid. Brandnetels groeien tussen de stenen. ‘Einde tuin,’ zucht Mirjam. ‘Een nieuw begin,’ fluistert Jezus. Hij gaat midden in de puinhoop op de omgewaaide boom zitten. ‘Laat mij hier maar even alleen,’ zegt hij. ‘Er komt een dag dat ik jullie nodig heb met de gieter en de hark. En om opa Bram te gaan halen en hem de tuin te laten zien.

Veertig dagen en nachten blijft Jezus in de tuin. Zonder graafmachine. Zonder grijparm. En zonder opgestroopte mouwen. Hij legt rustig planken aan de kant en kijkt wat er onder ligt. Hij vindt plantjes terug, die hij in een hoekje van de tuin in de aarde zet. Voor straks. Als hij honger heeft, eet hij een stukje van de winterwortel die nog in de grond zat. En hij kookt soep van brandnetels. Maar heel vaak zit hij daar op de omgewaaide appelboom en kijkt en denkt en bidt voor wat kapot is of geknakt en of God er bij wil blijven.

Na veertig dagen komen Mirjam en Micha met de gieter en de hark en met opa Bram aan de hand. Het is niet een tuin als alle andere. Alles van de puinhoop is er nog. Maar het ligt allemaal net even anders. Het is niet meer het zelfde. Er bloeit een bloem. Er groeit een plant. Er is een hoekje met stekjes. ‘Mooi!,’ fluistert Micha. ‘Wat ben je mager geworden!,’ zegt Mirjam. ‘Dankjewel!,’ zegt opa Bram met tranen in zijn ogen, ‘Een nieuw begin voor mijn tuin.’

Lezing: Lucas 4, 1 – 13
In de koffer: een stekje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.