Kinderverhaal: een mooie jongen

Op zolder ligt de vloer bezaaid met verkleedkleren en spulletjes. De oude kist is helemaal leeg getrokken. Micha raapt een sjiek zwart jasje van de vloer, een ‘billentikker’. Op het jasje zit een naamplaatje. Daar staat ‘hoofd huishouding’ op. Hij trekt het jasje aan. ‘Zo, nu hoef ik nooit meer op te ruimen,’ zegt hij tegen Mirjam. Die trekt een lange neus. ‘Ik ben je dienstmeisje niet,’ zegt ze.

‘Kom, we ruimen samen op,’ zegt Jezus. ‘En ondertussen vertel ik hoe het gaat met Jozef.’ ‘Hij is als slaaf verkocht aan een minister van de koning van Egypte. Potifar heet hij. Jozef zingt terwijl hij werkt en iedereen in het huis houdt van hem. Nog nooit liep alles zo op rolletjes. ‘Er rust zegen op het huis,’ zeiden ze vroeger. De minister is blij met Jozef en maakt hem hoofd van de huishouding.

Ook mevrouw Potifar houdt van Jozef. En het is ook nog eens een mooie jongen. Ze zou best eens met hem willen vrijen. Jozef misschien ook wel met haar, maar dat vindt hij niet eerlijk. Hij is niet meneer Potifar. Op een dag pakt mevrouw hem vast. Ze kijkt hem smoorverliefd aan. Jozef glipt uit zijn jasje en gaat weg. Voor ze aan het zoenen slaan.

Mevrouw Potifar is boos. Ze heeft het jasje nog in haar handen en zegt tegen iedereen in huis: ‘Jozef wilde met me zoenen, maar ik heb hem weg gejaagd. Een mooi hoofd van de huishouding!’ Meneer Potifar is diep beledigd. Jozef moet naar de gevangenis.’

Als ze de laatste kleren in de koffer doen, zucht Mirjam: ‘Hij had beter met haar kunnen zoenen.’ Micha knikt. ‘Je kunt beter door een vrouw vastgehouden worden dan door gevangenisbewaarders,’ zegt hij.

Lezing:    Genesis 39: 1 – 20
In de koffer: hoofd huishouding (naamplaatje)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *