Kinderverhaal: Een kaarsje voor opa Bram

Micha heeft verdriet. Hij mist opa Bram. Opa Bram is dood. Alweer een hele tijd. Maar Micha kan opa Bram niet vergeten. Als Micha langs het huis van opa Bram loopt, wil hij nog altijd zwaaien. Maar niemand zwaait terug. Als Micha een geheimpje heeft, wil hij het nog steeds aan opa Bram vertellen. Maar opa Bram is er niet meer om naar Micha te luisteren.

Jezus is er wel. Hij slaat een arm om Micha heen. ‘Is opa Bram nog ergens?,’ vraagt Micha, ‘Mama zegt dat hij bij God is.’ Jezus knikt. ‘Maar nu kan ik niet meer tegen hem zeggen dat ik hem zo lief vind,’ zegt Micha. Jezus knikt weer. ‘Je zegt het nu tegen mij. Dat telt ook,’ zegt Jezus.

‘Waar woont God?,’ vraagt Micha. Jezus denkt na. ‘God woont waar mensen aan elkaar vertellen dat ze van een ander houden en dat ze iemand zo missen,’ zegt Jezus. ‘Als opa Bram bij God woont, dan is hij dus niet ver weg,’ zegt Micha. Jezus knikt. Hij heeft nog steeds zijn arm om Micha heen. ‘Mama zegt dat God in ons hart woont,’ gaat Micha verder. ‘En wij wonen allemaal in Gods hart,’ zegt Jezus. ‘Opa Bram ook?,’ vraagt Micha. ‘Opa Bram ook,’ zegt Jezus.

‘Juf zegt dat opa Bram bij God in de hemel is,’ zegt Micha. Jezus knikt. ‘De hemel is ook hier,’ zegt hij, ‘De hemel is de plek waar niemand wordt vergeten.’ Dan haalt Jezus een kaars uit zijn rugzak. ‘Die is om te vieren dat er een hemel is,’ zegt hij, ‘voor opa Bram en voor jou, en voor Mirjam en voor mij en voor alle mensen die elkaar niet vergeten willen. Micha mag de kaars aansteken. ‘Dag opa Bram, dag God,’ zegt hij, ‘fijn dat jullie niet weg zijn.’

Lezing: Openbaring 7: 1 – 4 en 9 – 17
In de koffer: kaars / groot waxinelicht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *