Kinderverhaal: Een échte aanvoerder

“Daar gaat Sem,” wijst Micha. “Hij is de aanvoerder van ons voetbalteam.” “Wat is een aanvoerder?,” vraagt Jezus. “Gewoon,” zegt Mirjam. “Als je aanvoerder bent, dan ben je de baas.” “Is dat leuk?,” vraagt Jezus. “Voor Sem wel,” zucht Micha. “Hij mag als eerste op het podium als we een prijs winnen. Maar ík moet de tas met ballen dragen”.
En hij geeft een knal tegen de bal.

Jezus stopt de bal en schopt hem terug. “Volgende week ben ik de aanvoerder,” zegt Micha. “Dan zullen we eens wat zien.” Zijn ogen beginnen te glimmen. Jezus legt de bal neer. Mirjam gaat in de goal staan. “Het is wat met die aanvoerders,” zegt Jezus. “Als ze de baas zijn, gaan ze gelijk bazig doen. Een echte aanvoerder draagt zélf de tas.”

Jezus neemt een aanloop en schiet. Mirjam duikt naar de bal. “Hebbes!,” roept ze.

Op zaterdag is de kampioenswedstrijd. Maar Jezus is te laat. De wedstrijd is al afgelopen. “Hoe is het gegaan?,” vraagt Jezus aan Micha. Die wijst naar het podium. Zijn elftal staat op de hoogste tree. En Mirjam houdt de beker vast. Jezus kijkt naar de aanvoerdersband van Micha.
“Wilde jij de beker niet vasthouden?,” vraagt hij.

Micha schudt zijn hoofd.
“Ik had belangrijkere dingen te doen,” lacht hij. En hij wijst naar de tas met ballen die aan zijn arm hangt. Want een echte aanvoerder draagt zélf de tas.

Lezing: Marcus 10: 32-45
In de koffer: aanvoerdersband

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.