Kinderverhaal: echte broers

Is mijn broertje hier? raagt Micha. Ik heb hem niet gezien antwoordt Jezus. Gelukkig zucht Micha. ‘Ik vind je broertje schattig, ‘zegt Mirjam, ‘ Ik niet, zegt Micha, ik vind hem irritant. Met die grote snottebel die de hele dag aan zijn neus hangt.

Jezus opent het deksel van de verkleedkist en haalt er een grote zakdoek uit. Heeft je broertje hier wat aan ? vraagt hij. Weet niet zegt Micha. Wat kan mijn broertje me schelen? Mirjam pakt de zakdoek aan. En legt hem snel weer terug. Daar zijn al heel wat neuzen in gesnoten lacht Jezus. Luister maar:

Jozef had zoveel broers; ze konden wel een elftal vormen. Dat deden ze ook: met z’n allen tegen Jozef. Op een dag gooiden ze hem in de put en verkochten hem als slaaf. Maar toen Jozef zijn broers na jaren weer zag, waren de rollen omgedraaid. Zijn broers zaten in de put, want ze hadden honger. En Jozef had genoeg te eten.

Toen Jozef zijn broers zag, begon hij te huilen. De hele zakdoek vol. Ik ben het zei hij. Wat ben ik blij zei Jozef. Dat jullie me in de put hebben gegooid. ‘Daar snap ik niets van zegt Micha.

Dat begrijp ik, lacht Jezus, maar doordat jozef in de put was beland en later in Egypte, kon hij zijn broers en vader nu te eten geven. Mooi, zegt Mirjam. Heel mooi knikt Jezus. Ze werden nu eindelijk broers van elkaar. De grootsten zorgen voor de kleinsten en de broers die het meeste hadden, deelden daarvan uit.

Micha staat op en pakt de zakdoek. Wat ga je doen vraagt Mirjam. Een heel klein neusje afvegen lacht Micha.

Genesis 45: 1-15
In de koffer: een zakdoek

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *