Kinderverhaal: De lente komt!

Mirjam en Micha zitten samen met Jezus onder de grote boom. Eigenlijk is het te koud om daar te zitten. Daarom zitten ze dicht tegen elkaar aan. Mirjam kijkt omhoog. Er zit bijna geen blaadje meer aan de boom. Ze ziet de grijze wolken door de takken heen. Mirjam zucht. ‘Ik verlang zo naar de zon en naar de lente,’ zegt ze. ‘Dat je gewoon buiten kunt spelen,’ zegt Micha, ‘en dat het ’s avonds lekker lang licht is.’

Jezus kijkt omhoog. ‘Ik zie dat de lente komt!,’ zegt hij. Micha kijkt ook omhoog. ‘Ik zie alleen maar donkere wolken door de dode takken heen,’ zegt hij. ‘En vandaag is het al weer eerder donker dan gisteren,’ zegt Mirjam. ‘Je moet door de buitenkant heen leren kijken,’ zegt Jezus. Hij wijst naar een tak van de boom. ‘Kaal en dood!,’ zegt Micha. Jezus schudt zijn hoofd. ‘Beter kijken,’ zegt hij. Dan ziet Mirjam wat Jezus bedoelt. Er zit een knop in de tak, waar in de lente nieuwe bladeren en bloemen uit zullen komen. ‘Morgen is het nog eerder donker dan vandaag,’ zegt Jezus, ‘Maar morgen is die knop ook weer wat dikker dan vandaag. En die knop belooft: de lente komt!’

‘Ik wil niet zo lang wachten,’ zegt Micha, ‘Wachten is saai!’ ‘Wachten is helemaal niet saai,’ vindt Jezus. ‘Zolang de zon het nog niet kan, moeten we elkaar warm houden zoals we nu doen. En als het donker is, moeten we voor elkaar een zonnestraaltje zijn. En als iedereen dat doet, dan komt er een lente om nooit te vergeten. Dan gaat de hele wereld bloeien van al die vrolijkheid en vriendschap.’

Lezing: Mattheüs 24: 14-35
In de koffer: (plaatje van) takje in de knop

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *