Kinderverhaal: de goa-stok

Aan de rugzak van Jezus zit een gao-stok vastgemaakt. Maar waarom eigenlijk? ‘Je hebt die stok altijd bij je,’ zegt Mirjam. ‘Maar ik heb nog nooit gezien dat je hem gebruikte.’ Jezus knikt. ‘Als jullie bij me zijn, heb ik de stok ook niet nodig. Dan heb ik Micha naast me aan de ene kant en jou aan de andere kant.’ Dat vindt Micha een gek antwoord. ‘Wij zijn toch geen stokken?’ Nee, dat zijn ze niet. Maar als het nodig is, dan helpen ze elkaar. ‘De goa-stok helpt me er aan herinneren, dat ik niet alles alleen hoef te kunnen,’ zegt Jezus. ‘Als ik in mijn eentje een lange zwerftocht maak, dan helpt de stok mij om niet om te vallen. Ik houd de stok vast. Maar de stok houdt mij ook vast.’

‘Mozes had vast ook zo’n stok toen hij vluchten moest,’ vertelt Jezus. Toe hij nog heel klein was, werd hij als kind van slaven door de prinses van Egypte geadopteerd. Toen hij groot geworden was, zag hij hoe zijn mensen werden geslagen en geschopt en keihard werken moesten om anderen rijk te maken. Mozes was een prins geworden die dacht: ‘Ik ga dit veranderen. Nu meteen.’ Hij sloeg een bewaker dood, die zijn mensen mishandelden. En bij een ruzie tussen twee slaven, bemoeide hij zich met hen alsof hij de baas was.

De koning van Egypte was woedend. Mozes kon niet meer terug naar het paleis. Hij vluchtte de woestijn in, met een stok in de hand om op te kunnen leunen. In de woestijn kun je het niet alleen. De mensen die daar moeten wonen, weten dat ze elkaar nodig hebben. Mozes moest dat nog van hen leren.

‘Is God ook een goa-stok?,’ vraagt Micha. ‘Ja,’ lacht Jezus, ‘een Levende! Hij wil met ons meegaan als wij een land zoeken waar ieder mens vrij is en te eten heeft. En onderweg mogen wij op hem leunen. God wil niet zonder ons.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.