Stadskudde Oldambt

Kinderverhaal: Bèèh!

“Kijk, dat wil ik later ook!,” zegt Mirjam. Micha kijkt om zich heen. Hij zoekt wat Mirjam bedoelt – iets moois. Maar hij ziet het niet. In de verte komt een kudde schapen hun kant op. Met daar achteraan de herder. Jezus vraagt aan Mirjam: “Wil jij later herder worden?” Mirjam knikt. Jezus snapt haar. Micha schudt zijn hoofd. “Daar verdien je heel weinig mee,” zegt hij. “Dat kan me niks schelen,” zegt Mirjam, “Het gaat me om de schapen. Ze geven ons wol. Van de melk maken we schapenkaas. Dan moeten ze ook goed kunnen leven. De herder zorgt voor de schapen.”

Jezus knikt. “God wil onze herder zijn,” zegt Jezus. “Wij zijn de schapen.” “Bèèh!,” doet Micha, “Ik wil niet dom achter een ander schaap aanhobbelen.” “Dat hoeft ook niet,” vertelt Jezus, “als je maar naar anderen blijft kijken als naar een mens die is als jij. Zij horen bij jou en jij hoort bij hen. Er zijn te veel mensen die bij niemand horen en voor wie niemand zorgt. Daarom wil God ook onze herder zijn. Hij verdient er niks mee. Maar hij wil voor ons zorgen. Dat doet hij liever dan een feestje bouwen in de hemel met de engelen.”

“Sommige mensen zijn raar,” vindt Micha. “Dat heb je met schapen die niet alleen maar meehobbelen,” zegt Jezus. “En toch horen ze allemaal bij de kudde van God.” “Als jij onze herder was, dan wist ik het wel! Dan wilde ik wel een schaap zijn!,” lacht Micha. Mirjam vindt dat een prima idee: Jezus als de goede herder! “Dan kan ik mooi alvast het vak van je leren,” zegt ze.

Lezing:    Johannes 10: 11 – 16
In de koffer: een schaap

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.