Kinderverhaal: ‘Appen’ met God

Micha komt zwaaiend aangelopen. Jezus en Mirjam zitten onder de grote boom op hem te wachten. Ze zwaaien terug. “Gelukkig, ik heb weer contact,” roept Micha.
Gisteren had hij een ‘grotemensenfeestje’. Even is dat wel leuk. Maar later ga je je toch vervelen. En daarom mocht Micha zijn mobieltje meenemen. Dan kon hij appen met Mirjam of met Bram. Dan zou het net zijn of die er ook bij waren. Maar hij had vergeten om zijn mobieltje goed op te laden. Al heel gauw was ie leeg. En zijn oplader had hij niet bij zich. Suf, suf, suf! Daarom is hij extra blij om Jezus en Mirjam weer te zien.
“Heb jij geen mobieltje?,” vraagt Micha aan Jezus. “Nee,” zegt hij, “Ik heb jullie om mee te praten. En dan kan ik jullie nog zien ook.” “Maar wij zijn niet de hele dag bij jou,” zegt Micha. Dat klopt. Maar Jezus vindt dat niet erg. “Dan kom ik wel andere mensen tegen. En als het stil is om me heen, praat ik vaak met God.” “Maar die appt niet terug,” zegt Micha.
Het is even stil. Ze denken na. Dan zegt Jezus: “Meestal praat ik met God op vaste tijden – ’s morgens als ik wakker wordt en ’s avonds voor ik slapen ga. Ook wel tussendoor. Maar praten met God gaat het best als ik het ook op vaste tijden doe. Ik ben net als jouw mobieltje: ik moet ook opladen. Als ik ’s morgens en ’s avonds vergeet omdat ik het te druk heb met van alles en nog wat, dan lukt het praten met God tussendoor ook niet zo goed. Dan versta ik minder goed wat Hij terug zegt.”
“Waar hoor je hem dan?,” vraagt Micha. “Hier van binnen,” zegt Jezus en hij wijst naar zijn hart. “En wat zegt God dan?,” vraagt hij. “Dat hij van ons houdt en dat het goed komt met de wereld,” zegt Jezus.

Lezing: Matteüs 25: 1 – 13
In de koffer: Mobieltje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *