Kinderverhaal: Droomsteen

Micha is vergeten wat hij vannacht heeft gedroomd. Hij weet alleen nog dat het een hele mooie droom was. Mirjam vraagt Micha van alles: ‘Was je alleen? Scheen de zon? Speelden er dieren? Bloeiden er bloemen?’. Zo helpt ze hem denken. Maar Micha weet het echt niet meer. ‘En het was nog wel zo’n mooie droom,’ zucht hij.

‘Kom mee,’ zegt Jezus, ‘dan breng ik jullie naar de steen van de dromen.’ Mirjam en Micha volgen Jezus op het oude slingerpaadje. Ze noemen het: het Jakobspad. Op de kruising met een ander oeroud paadje ligt een platte steen, zo groot al een kussen. ‘Dit is de steen van de dromen,’ vertelt Jezus. En hij gaat liggen met het hoofd op de steen.

Met zijn ogen dicht, vertelt Jezus een verhaal: ‘Jacob was van huis weg gelopen. Bang voor zijn broer Esau. En het was eigen schuld dikke bult. Toen het donker was geworden en Jacob moe was van het lopen, ging hij met zijn hoofd op deze steen liggen slapen. Hij droomde van een ladder die in de hemel uitkwam. Engelen kwamen naar beneden en gingen weer omhoog. Naast hem stond God. Hij dekte Jakob toe en fluisterde: ‘Ik laat je nooit alleen. En eens kom je weer thuis. Alles komt goed!’

Jezus gaat rechtop zitten. ‘Wil jij nou hier even liggen?,’ vraagt hij aan Micha. Micha legt zijn hoofd op de steen. Hij doet zijn ogen dicht. Mirjam en Jezus zien een grote lach op zijn gezicht verschijnen. ‘Ik weet het weer,’ zegt Micha, ‘Ik weet weer wat ik heb gedroomd!’ Mirjam en Jezus komen bij hem zitten. ‘Vertel!,’ zegt Mirjam. En Micha vertelt zijn hele mooie droom van het begin tot het eind.

Lezing:    Genesis 28: 10 – 22
In de koffer: Een grote platte steen of een kussentje

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *