Kinderverhaal: Genoeg voor iedereen

Mirjam duwt een kruiwagen de heuvel op. ‘Wat zit erin?,’ vraagt Jezus. ‘Bakstenen,’ zegt Micha grijnzend. ‘We gaan een muur bouwen om onze appelboom.’ ‘De andere kinderen willen steeds van onze appels eten,’ zegt Mirjam. ‘Eerst vond ik dat wel goed, maar het houdt een keer op, hoor.’

Jezus zet zijn rugzak neer en haalt er een boterham uit.  ‘Waar ben je geweest?,’ vraagt Micha. ‘De grens over,’ zegt Jezus. ‘Ik wilde even rust. Maar die kreeg ik niet. Er was een vrouw, die om hulp begon te roepen.’ ‘Vreemd,’ zegt Micha. ‘Wat heb je gedaan?,’ ‘Niks,’ zegt Jezus. ‘Ik had hier al zoveel gedaan.  Het houdt een keer op.’

‘Precies,’ zegt Micha. Hij stapelt de ene baksteen op de andere. ‘Ging ze toen weg?,’ vraagt Mirjam. ‘Ze bleef voor me staan,’ zegt Jezus. ‘Ik heb haar toen uitgelegd dat ik er alleen ben voor de mensen uit mijn eigen land.’

Jezus strooit wat kruimels in het gras. ‘Weet je wat de vrouw toen zei?,’ vraagt hij. ‘Ze zei: “zelfs de honden snoepen kruimeltjes van het brood dat de anderen krijgen”. Opeens zag ik dat ze gelijk had. Het houdt níet op. In het koninkrijk van God is er genoeg voor iedereen.’

Mirjam klimt op de muur. ‘Moet je kijken wat er aan de andere kant ligt!,’ roept ze. ‘Pas nou op!,’ roept Micha. Maar het is al te laat. De muur valt om. Met Mirjam erbij. Maar die staat snel weer overeind. Met haar handen vol appels. Micha begint te lachen. Dan zet hij zijn handen aan zijn mond en roept: ‘Appels! Lekkere appels! Kom ze maar halen. Genoeg voor iedereen!’

Lezing: Mattheüs 15:21-28
In de koffer: een appel