Geschiedenis van het gebouw

De Nieuwe Kerk is het eerste kerkgebouw in de stad Groningen dat speciaal voor de protestantse eredienst is gebouwd. De Martini- en de Der Aa-kerk waren van oorsprong Rooms-Katholiek. Toen de stad uitbreidde na de Tachtigjarige Oorlog en de Reductie van Groningen in 1594, was er behoefte aan een kerkgebouw in de nieuwe Hortusbuurt.

De Nieuwe Kerk werd gezien als opvolger van de Sint_Walburgkerk, de naam van het kerkhof was daarom oorspronkelijk het Nieuwe Sint Walburgkerkhof. Dit was jarenlang de begraafplaats buiten de stad waar de pestdoden werden begraven. Dit verklaart ook waarom het Nieuwe Kerkhof iets hoger ligt ten opzichte van de omgeving. De bestaande begraafplaats was overigens geheel ommuurd en telde vier poorten, stammend uit ca. 1620.

plattegrond

De Nieuwe Kerk werd gebouwd tussen 1660 en 1664 in renaissancestijl naar het voorbeeld van de Amsterdamse Noorderkerk. Het grondplan van het gebouw is een Grieks kruis. Tussen de kruisarmen zijn driehoekige huisjes gebouwd, waarvan één nog steeds wordt bewoond door de koster. Bovenop de kerk staat een kleine vieringtoren met uurwerk en klok. Deze toren is sinds Napoleon geen eigendom meer van de Kerk maar van de gemeente Groningen. In de kerk is veel fraai 17e en 18e eeuws houtsnijwerk te vinden van m.n. Jan de Rijk (1661-1738). De hoge preekstoel staat centraal in de kerk sinds de opening op 7 juni 1664 en is daarmee één van de originele elementen uit het interieur van de kerk.. In de kerk kunnen maximaal 1.000 mensen een zitplaats vinden. De kerk is gelegen op het Nieuwe Kerkhof, een plein bestaande uit een mooi grasveld vol oude bomen. Eén van de groene parels van de stad. Het gebouw is een Rijksmonument.

Het Nieuwe Kerkhof is tevens een kroonjuweel, een groene plek in de stad, waar natuur en historie samen bijzondere kwaliteit opleveren. Het Nieuwe Kerkhof wordt dan ook als een kostbaar sieraad verzorgd en beschermd. De grote waarde van het Nieuwe Kerkhof als groengebied wordt gedragen door de negentigjarige esdoorns langs de toegangspaden en de majestueuze beuken die in het gazon staan.