Adem van Jezus

Toen Jezus dag kwam zeggen omdat hij weer bij God ging wonen, zei hij tegen Mirjam en Micha: ‘Doe jullie ogen eens dicht.’ Hij haalde diep adem en blies zachtjes in hun gezicht. Net als bij een blaaskusje. Maar dan langer. Mirjam voelde het kriebelen langs haar wangen. En bij Micha bewogen zijn haren een beetje. Jezus zei: ‘Elke keer als je de wind langs je gezicht voelt gaan, denk dan even aan me. Want ik blijf heel dichtbij. Vertel over mij, niet verdrietig maar blij. Elke keer als jullie over mij vertellen en doen wat ik jullie heb voorgedaan, ben ik erbij.’ Toen Mirjam en Micha hun ogen weer open deden, kregen ze allebei een zoen. Dag Mirjam. Dag Micha. Dag Jezus.

Nu zitten Mirjam en Micha met Petrus en zijn vrienden binnen. Het is er een beetje saai. Alsof ze zitten te wachten op iets, maar niet weten op wat. Micha klimt op een stoel en zet een raam open. De wind waait naar binnen. Vanaf de straat klinken stemmen. ‘Doe jullie ogen eens dicht,’ vraagt Mirjam. Ze doen het allemaal. ‘Wat voel je?,’ vraagt ze. Ze voelen de wind in hun haren en vrolijk gekriebel langs het gezicht. ‘Dat is de adem van Jezus!,’ roept Micha. ‘Hij blaast van buiten naar binnen. We moeten naar buiten toe en de mensen over Jezus vertellen. Doen wat hij altijd deed!’

Petrus was ineens helemaal wakker. ‘Kom mee,’ zei hij, ‘we gaan naar buiten.’ Op straat riep hij naar alle mensen: ‘Er is in de hemel eentje die van je houdt! En dat gaat nooit meer over!’ Er kwamen heel veel mensen om hen heen staan. Alsof ze al die tijd al op dat goede nieuws hadden gewacht.

Mirjam en Micha kijken elkaar aan. Ze weten het zeker. Jezus is erbij.

Kinderverhaal 15 mei ’16 (Pinksteren)
Lezing: Johannes 20: 22-23
Handelingen 2: 1 – 11
In de koffer: Blazertjes (uitgebloeide paardenbloem)